Een aanzienlijk aantal huishoudens in Nederland ervaart problemen met het koelen van hun woning tijdens warme dagen, zo schrijft de Zorgkrant naar aanleiding van cijfers van het CBS. In 2023 meldde 34 procent van de huishoudens dat ze hun woning niet voldoende koel kunnen houden wanneer het warm is. Dit probleem komt vooral voor bij bewoners van huurwoningen, flats, en oudere huizen die vaak minder goed geïsoleerd zijn en voor 1970 zijn gebouwd.
Uit recent onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de huishoudens in particuliere huurwoningen moeite heeft om hun woning koel te houden op warme dagen. Ongeveer 46 procent van de huishoudens in sociale huurwoningen ondervindt hetzelfde probleem. In vergelijking hiermee hebben huishoudens in koopwoningen dit probleem minder vaak.
Het probleem van onvoldoende koeling komt ook vaker voor bij bewoners van flats of appartementen en bij bewoners van oudere woningen, die vaak slechter geïsoleerd zijn. Huishoudens met een lager inkomen wonen vaak in huurwoningen en appartementen, en bijna de helft van deze huishoudens zegt dat ze hun woning niet koel kunnen houden tijdens warme dagen. Dit staat in contrast met ongeveer een kwart van de huishoudens met een hoger inkomen die hetzelfde probleem ervaren.
Er zijn verschillende manieren waarop huishoudens proberen hun woning koel te houden. De meest genoemde methode is het openen van ramen in de avond of nacht, wat door 72 procent van de huishoudens wordt toegepast. Ruim 60 procent van de huishoudens houdt de ramen of gordijnen overdag dicht om de woning koel te houden. Meer dan de helft van de huishoudens gebruikt een zonnescherm of rolluiken, terwijl ongeveer 10 procent gebruikmaakt van een vaste airconditioning om de woning te koelen.
Vaste airco-systemen zijn echter minder gebruikelijk in huurwoningen. Minder dan 5 procent van de huurwoningen, zowel sociale als particuliere, heeft een vaste airco-installatie. Daarentegen heeft 18 procent van de huishoudens in koopwoningen een vaste airco, en bij eengezinswoningen is dat zelfs 19 procent. Daarnaast overweegt 13 procent van de huishoudens in eengezinskoopwoningen om binnen twee jaar een vast aircosysteem aan te schaffen.
Vaste airconditioning komt vaker voor in minder stedelijke gebieden; 17 procent van de huishoudens in deze regio's heeft een vaste airco. In sterk stedelijke gebieden is dat percentage veel lager, namelijk 7 procent. Dit heeft te maken met het feit dat in grote steden relatief veel huishoudens in huurwoningen en flats wonen.
In Limburg is het percentage huishoudens met een vaste airco het hoogste in Nederland, met 28 procent. In andere provincies varieert dit percentage aanzienlijk: van 7 procent in Groningen en Flevoland tot 17 procent in Noord-Brabant.