Als je denkt aan Rotterdam, denk je aan havens, Feyenoord, en mannen die hun mouwen opstropen voordat ze hun mening geven. Maar waar zijn de vrouwen? Nee, niet die op het billboard van een lokale kapsalon met “nu ook wenkbrauw threading!” Ik bedoel de echte Rotterdamse vrouwen. De powervrouwen. De dames die deze stad gemaakt hebben tot wat ze is – en toch vaak niet eens een straatnaambordje krijgen, laat staan een brug.
Neem bijvoorbeeld G.B.J. Hiltermann. Wacht, fout voorbeeld, dat was een man. Maar waarom is er wél een Hiltermannlaan en géén Kaat Mosselplein? Niet alleen een mosselverkoopster met een stemvolume waar menig veerpont jaloers op zou zijn, maar ook een vrouw die rellen organiseerde vóór het Koningshuis. Ja, Kaat hield van Oranje vóór het hip was. Ze had geen LinkedIn, maar wel een complete volksbeweging onder haar rokken. Toen ze werd opgepakt voor haar relpraktijken, kwam ze er ook nog eens met een schadevergoeding vanaf. Dáár kun je als hedendaagse klimaatactivist nog wat van leren: protesteren én betaald krijgen.
En dan Lotte Stam-Beese. Geen geboren Rotterdamse, maar wél de reden dat de stad niet volledig op een blokkendoos lijkt. Zij bedacht hoe wij wonen. Ja, die flats in Ommoord? Lotte. Dat pleintje waar je altijd je fietssleutel kwijtraakt? Lotte. Zij was de architect van de naoorlogse stad, terwijl de mannen zich vooral bezighielden met het opnieuw uitvinden van de bitterbal.
En oké, Fanny Blankers-Koen was officieel geen Rotterdammer, maar hé, als je vier gouden medailles wint en de stad een standbeeld voor je neerzet, dan ben je gewoon geadopteerd. Bovendien was ze de enige vrouw in de geschiedenis die met een permanent in haar haar sneller rende dan de RET ooit zal rijden.
Maar de échte heldinnen van nu? Die staan gewoon in de rij bij de Dirk met drie kinderen aan de arm, een telefoon onder de kin, en een plan om vanavond nog even de buurtvergadering te leiden. Ze runnen wijkcentra, stichtingen en hele gezinnen met meer souplesse dan menig havenkraan.
Rotterdam roept 2025 uit tot Jaar van de Vrouw. Mooi initiatief. Maar laten we wel wezen: als Rotterdam een lichaam was, dan waren vrouwen het hart, de longen én de lever. Want iemand moet die vrijdagmiddagborrel verwerken.
Dus gemeente, kom maar op met die standbeelden, straatnamen en bruggen. En nee, niet een of andere vage steeg in een buitenwijk. Geef Kaat Mossel haar eigen metrostation. Noem de brug bij Zuidplein “de Lotte-lijn.” En plaats bij elk bordje een QR-code met een sappig Rotterdams citaat.
Want als we toch bezig zijn met bouwen in deze stad, laten we dan ook wat eerherstel metselen. Stevig, duurzaam en uiteraard met een vleugje mosselgeur. Zoals het een echte Rotterdamse betaamt.