Er wordt weleens gezegd dat de Rotterdammers een havenmentaliteit hebben. Maar wat betekent dat eigenlijk? Is het een aangeboren talent om containerkranen te bedienen? Een natuurlijke neiging om alles in de fik te steken als er een kampioenschap wordt gevierd? Of gewoon een excuus om bot te zijn tegen toeristen?
Laten we eerlijk zijn: de havenmentaliteit is eigenlijk gewoon een chique manier om te zeggen dat Rotterdammers altijd aan het werk zijn. En als ze niet werken, praten ze over werk, klagen ze over werk of drinken ze een biertje om bij te komen van het werk. Zelfs op een vrije dag gaan ze "even iets fixen". De gemiddelde Rotterdammer kan namelijk niet stilzitten. Geef hem een uurtje niks te doen en hij heeft binnen de kortste keren de keuken gesloopt omdat "die tegels me al jaren irriteren".
En dat sjouwen zit er al vroeg in. Neem de Rotterdamse basisschoolleerling. Die wordt niet, zoals in het Gooi, met een Range Rover naar school gebracht. Nee, die loopt op z’n zesde al met een zware rugzak van vier kilometer ver naar school. Regen? Windkracht negen? "Lekker bikkelen," zegt pa, terwijl hij hem op een te grote fiets zonder versnellingen zet.
Op latere leeftijd vertaalt die mentaliteit zich naar het werkende leven. "Niet lullen, maar poetsen" betekent in de praktijk dat je nooit echt klaar bent met werken. Overwerken is hier geen uitzondering, het is een onzichtbare sport. De eerste die naar huis gaat, krijgt op z’n minst een opgetrokken wenkbrauw. De bouwvakker die om 17:00 uur vertrekt? Slapjanus. De havenarbeider die z’n rug heeft gebroken maar toch doorwerkt? Held.
En terwijl we keihard werken, verwachten we dat de stad met ons meegroeit. Maar helaas: terwijl de haven moderniseert, verdwijnen de échte Rotterdamse banen. Waar je ome Cor vroeger een prima bestaan opbouwde met sjouwen en sjekkies rollen, moet je nu een masterdiploma supply chain management hebben om überhaupt nog een container te mogen aanraken.
Maar ja, een Rotterdammer klaagt niet – die schopt hoogstens een fiets omver en gaat verder. Want hoe hard de stad ook verandert, die mentaliteit blijft hetzelfde. Of je nou een container van 40 ton verplaatst of een koffiemachine in een hippe startup bedient, één ding is zeker: de Rotterdammer blijft sjouwen.