Laatst liep ik door de straten van Rotterdam, op zoek naar de perfecte plek om mijn zondagochtendkoffie te drinken. De stad, altijd in beweging, met zijn eindeloze bouwprojecten en nieuwe wolkenkrabbers die uit de grond schieten alsof het paddenstoelen zijn na een flinke regenbui, biedt altijd wel iets nieuws. Maar terwijl ik mijn weg zocht door het doolhof van steigers en omleidingen, bekroop me een gedachte: Rotterdam is net een stad met Alzheimer.
Nu, begrijp me niet verkeerd, ik wil het niet te luchtig maken. Alzheimer is natuurlijk een serieuze zaak, maar je moet toch toegeven dat er iets komisch is aan het feit dat ik zelf al jaren in deze stad woon en nog steeds de weg kwijtraak. En met die constante veranderingen kan ik het ook niemand kwalijk nemen als ze er niet meer wijs uit worden. Het is alsof Rotterdam dagelijks een deel van zijn geheugen verliest en elke ochtend weer opnieuw moet beginnen.
Neem nou de Markthal. Prachtig gebouw, dat wel, maar wie kan zich nog herinneren wat daar eerst stond? Was het een parkeerplaats? Een gribuswijk? Een vergeten plein? Ik zou het je eerlijk gezegd niet kunnen zeggen, en dat is niet omdat ik een geheugen als een zeef heb. Nou ja, misschien een beetje. Maar wat ik wel weet, is dat de stad een talent heeft ontwikkeld om dingen te laten verdwijnen en dan te doen alsof ze er nooit zijn geweest. Een echte Houdini, die Maasstad.
Zelfs de Rotterdammers lijken er soms onder te lijden. Ik stond laatst in de rij bij de supermarkt, en voor me stond een oude dame die duidelijk vergeten was waarom ze daar was. "Was het melk of brood?" vroeg ze aan de caissière. De caissière, zo jong dat ze waarschijnlijk de eerste keer dat ze melk probeerde zich nog herinnert, gaf haar een meewarige glimlach en zei: "Ach mevrouw, neem ze allebei mee, je weet maar nooit!" En zo verdween de dame met een karton melk onder haar ene arm en een halfje bruin onder haar andere.
Rotterdam, mijn stad, is als die oude dame. Het vergeet soms waarom het hier staat, wat het was, en waar het naartoe wil. Maar het doet dat met zo'n charme en flair dat je het nauwelijks merkt. De Coolsingel, bijvoorbeeld, heeft zichzelf al zo vaak opnieuw uitgevonden dat je zou denken dat het een midlifecrisis doormaakt. Elk jaar lijkt het weer een nieuwe persoonlijkheid aan te nemen, alsof het worstelt met een identiteitscrisis. "Ben ik een winkelstraat? Een paradeplein? Een fietsroute?" vraagt het zichzelf af terwijl de stratenmakers eromheen staan te kijken met hun handen in het haar.
En dan zijn er nog de bewoners. Ik bedoel, wie kan het ze kwalijk nemen dat ze af en toe verdwalen in hun eigen stad? Zelfs de geboren en getogen Rotterdammers staan soms perplex voor een nieuw gebouw dat uit het niets lijkt te zijn opgedoken. "Stond hier niet ooit een koffietentje?" vragen ze zich af, terwijl ze hun hoofd krabben en proberen te herinneren waar ze die ochtend eigenlijk heen wilden.
Maar ondanks al dat vergeten, al die constante veranderingen en de steeds vernieuwende skyline, houd ik van Rotterdam. Het is een stad die zich niet laat vangen in één enkel beeld, een stad die blijft verrassen, zelfs als het zichzelf niet altijd meer herinnert. En dat, beste lezers, is misschien wel de charme van Alzheimer in Rotterdam: je weet nooit precies wat je kunt verwachten, maar je weet wel dat het nooit saai zal zijn.
Dus als je de volgende keer in Rotterdam bent en je niet meer weet waar je bent of waar je naartoe gaat, troost jezelf dan met de gedachte dat je niet de enige bent. Misschien is het de stad die jou is vergeten, of misschien ben jij het die de stad een beetje kwijt is. Maar maakt het echt uit? Zolang er ergens een plek is waar je een goede kop koffie kunt vinden, komt alles wel goed.