De zon stond hoog aan de azuurblauwe hemel terwijl de hittegolven dansten boven het asfalt. Ik, een Rotterdammer in hart en nieren, genoot van mijn vakantie op het idyllische Griekse eiland Zakynthos. Mijn huurauto, een oude Fiat Panda, bracht me naar de meest afgelegen strandjes en schilderachtige dorpjes. Vandaag stond een rit naar de bergen op het programma.
Met de raampjes wijd open en de frisse berglucht die naar binnen stroomde, voelde ik me vrij en zorgeloos. De smalle bergweggetjes slingerden door een landschap van olijfbomen en cipressen. Terwijl ik een steile helling beklom, begon de motor vreemde geluiden te maken. Plotseling verloor de auto kracht en kwam met een schokkende beweging tot stilstand.
Ik stapte uit en opende de motorkap. Dikke rookwolken kringelden omhoog en ik besefte dat verder rijden onmogelijk was. Ik keek om me heen; geen huizen, geen mensen, alleen het geluid van krekels en een enkele roep van een roofvogel in de verte.
Gelukkig had ik mijn telefoon bij me, maar er was geen bereik. Licht gefrustreerd begon ik te lopen in de richting waar ik eerder een dorpje had gepasseerd. Na een half uur wandelen in de brandende zon bereikte ik eindelijk een klein café. De eigenaar, een vriendelijke oude Griek genaamd Nikos, begroette me met een brede glimlach en gaf me onmiddellijk een fles koud water. Toen ik wilde betalen volgde een afwijzend gebaar. "Geen geld nodig," zei Nikos lachend, terwijl ik gulzig dronk.
Met handen en voeten legde ik mijn situatie uit. Nikos knikte begrijpend en gebaarde me te wachten. Een kwartier later verscheen een oude pick-up truck voor het café, bestuurd door Kostas, de plaatselijke monteur. We reden samen terug naar de gestrande Fiat.
Kostas boog zich over de motor en mompelde iets in het Grieks. "Maar geen zorgen, ik repareer." Ik voelde een golf van opluchting.
De reparatie die volgde was niets minder dan een meesterwerk van Griekse improvisatie. Kostas trok een arsenaal aan touwtjes, plakband en willekeurige onderdelen uit zijn eigen auto tevoorschijn. Hij ging aan de slag met een vastberadenheid die alleen Grieken met een oude auto kunnen opbrengen. Binnen no-time had hij een koelslang tijdelijk gefixt met een stuk tuinslang en een paar oude schoenveters.
Ik keek vol ongeloof toe terwijl Kostas met een brede grijns een paar klappen met een hamer gaf om de motorkap weer dicht te krijgen. "Okay, ready," zei Kostas trots. Ik bedankte hem hartelijk en vroeg wat de kosten waren. Kostas schudde zijn hoofd. "Geen geld" Nikos zegt; "jij mijn vriend," zei hij lachend.
Terwijl ik terugreed naar mijn hotel, kon ik niet anders dan hardop lachen. De oude Fiat pruttelde vrolijk verder, opgelapt met liefde en een flinke dosis Grieks vernuft. Thuis in Rotterdam vertelde ik het verhaal aan mijn vrienden, die schaterend van het lachen naar mijn avontuur luisterden.
"Weet je," zei ik glimlachend, "zelfs als je strandt in de middle of nowhere, de Grieken hebben altijd een oplossing. Eigenlijk zijn het gewoon Rotterdammers."