Ze zeggen dat de lente het seizoen van kleur is. De bloemetjes bloeien, de vogels fluiten en iedereen haalt de pastelkleurige kleding uit de mottenballen. Behalve Rotterdam dan. Want hier doen we het anders. Hier is de lente het seizoen van... grijs.
Loop een rondje door het centrum en je zou zweren dat je per ongeluk op de zwart-witstand van je netvlies bent beland. Alles is grauw. Beton, asfalt, nog meer beton. Zelfs de lucht lijkt zich aan te passen aan het kleurenpalet van de stad: van lichtgrijs naar donkergrijs met een vleugje motregen.
En als klap op de grauwe vuurpijl is daar het Hotel Atlanta, ook wel bekend als het NH Hotel aan de Coolsingel. Een architectonisch hoogstandje dat eruitziet alsof iemand ooit een blokkendoos in een vaalgrijze verfmachine heeft laten vallen. Een hotel dat je niet verwelkomt maar vooral toekijkt met de warmte van een belastinginspecteur op maandagochtend.
Vroeger had Rotterdam nog kleur. Ja, echt waar. Je had het gele Luxor-theater, de markthal met z’n regenboogfruit aan het plafond, en in de lente zag je her en der nog eens een bloeiende boom die zich dapper verzette tegen de heerschappij van de betonnen stoeptegels. Maar nu? Zelfs de planten lijken hun kleur verloren te zijn. Misschien zijn ze gewoon gedeprimeerd geraakt. Wie wil er nou bloeien naast een bushalte van gewapend beton?
Je zou kunnen zeggen dat grijs chic is. Dat het past bij de internationale allure van een moderne metropool. Maar zeg dat maar tegen mijn humeur als ik voor de vijfde keer in een week langs het NH Hotel fiets en me afvraag of ik per ongeluk in een aflevering van “De Dystopische Rotterdam Documentaire” ben beland.
Ik stel voor dat we collectief iets doen. Laten we het centrum guerilla-verven. Een beetje confetti op de stoep, pastelkrijt op het Schouwburgplein, en elke voorbijganger verplichten om minstens één felgekleurd kledingstuk te dragen. Ja, ook jij, meneer in het antracietgrijze pak.
Want als de lente dan toch probeert door te breken in deze stad, laten we haar dan tenminste een warm welkom geven. En wie weet: misschien glimlacht het NH Hotel dan eindelijk een keer terug.
Tot die tijd houd ik me maar vast aan de enige felle kleur die nog wél zichtbaar is in Rotterdam: het rode stoplicht. Want stoppen, dat doet deze stad in elk geval nooit. Ook niet met het bouwen van grijs.