Rotterdam, 03:47 uur. Het moment waarop je, bezweet van het dansen en met een biertje teveel achter de kiezen, voor het eerst in weken verlangt naar... een nachtbus. Jawel. Een ouderwetse, piepende, warme, stinkende nachtbus. Want terug van vakantie, nog plakkerig van de zon en met een broeierig lijf dat zich inmiddels in de categorie ‘tropisch binnenzwembad’ schaart, wil je maar één ding: naar huis. Liefst zittend. Liefst niet op de stoeprand.
Ik stond er al, geestelijk dan, op het nachtbusplatform van Zuidplein. Een visioen. Jongeren joelend, schoenen in de hand, kapsalongeur in de lucht. Eén meisje hield haar telefoon omhoog alsof het het vrijheidsbeeld betrof. “Hij komt over zeven minuten! Tenminste, volgens de RET. Dus dat wordt een halfuur!” riep ze, optimistisch tegen beter weten in. Rotterdam, waar zelfs de tijd te laat komt.
De bus rolde mijn verbeelding binnen als een dampende sauna op wielen. Ik zag hem echt. De deuren piepend open. Een jongen met een door cement en gel verstevigd kapsel beukte zich langs me heen met de woorden: “Mag ik er effe door, ouwe?” Zijn vriendin lachte erbij alsof hij net een Oscar won voor Beste Nachtbusgedrag.
Ik wurmde me – in gedachten – tussen een slapende student, twee verhitte Feyenoordfans (ruziënd over of Geertruida beter is dan z’n imaginaire broer), en een man die volgens de overlevering sinds 1998 geen halte meer heeft gemist. De geur? Kapsalon, bier, en het soort zweet dat alleen in clubs zonder airco ontstaat.
“Wegomleiding wegens werkzaamheden,” klonk het uit een krakerige speaker. Natuurlijk. In Rotterdam is ‘wegwerkzaamheden’ een seizoen op zich. En we zitten er middenin.
Bij Carnisse moest ik eruit. Maar mijn weg werd versperd door een jongen met een opblaasflamingo om zijn nek. Slapend. “Laat ‘m maar liggen,” mompelde een medepassagier. “Hij wordt wakker in Spijkenisse.” En niemand vond dat erg.
En toen, poef, terug in de werkelijkheid. Geen nachtbus. Nog niet. Nog één week. Nog zeven lange, zweterige nachten waarin fietsen gevaarlijk, taxi’s duur, en stappen eindigt met een overnachting op een bankje bij Blaak. Maar er gloort hoop aan de horizon. Dankzij de SP-jongeren want die hebben het geregeld met de wethouder. Hulde.
Volgende week komt hij echt. De nachtbus. De BOB op wielen. Ons rijdende Rotterdamse nachtreddingsplan. En ja, het wordt een drama. Maar het wordt wél ons drama. En dat rijdt altijd net iets lekkerder dan een step met een lege accu.